PARAMETERS

Chemische aantasting door verontreinigingen in het water

Tabel 1 informeert over de graad van aantasting van verschillende agressieve producten die in het water voorkomen of door chemische verandering gevormd worden.


PH
Kalk-oplossend CO2 (mg/l)
Ammonium (mg/l)
Sulfaten (mg/l)
Magnesium (mg/l)
Geen

>6,5
<15
<15
<200
<100
Licht

5,5-6,5
15-30
15-30
200-600
100-300
Matig

4,5-5,5
30-60
30-60
600-3000
300-1500
Sterk

4,0-4,5
60-100
60-100
3000-6000
1500-3000
Zeer sterk

>4,0
>100
>100
>6000
>3000
Tabel 1 - graad van aantasting

Hardheid van water

De hardheid van water wordt bepaald door de aanwezigheid van alkalische zouten van sterke zuren - calciumsulfaat (CaSO4), magnesiumsulfaat (MgSO4), calciumchloride (CaCl2), magnesiumchloride (MgCl2) of bicarbonaten, voornamelijk calciumbicarbonaat ((Ca(HCO3)2).

Deze laatste veroorzaakt een "tijdelijke hardheid", daar bij stijgende temperaturen het (Ca(HCO3)2 transformeert naar calciumcarbonaat (CaCO3) hetgeen neergeslagen wordt. Al de andere zouten veroorzaken een permanente hardheid.

Tijdelijke + permanente hardheid = totale hardheid van het water.
Het is eventueel mogelijk dat ijzer en mangaan een invloed hebben op de hardheid.
Als de hardheid van het water te hoog is zal er door temperatuursschommelingen neerslag gevormd worden.

Hardheid van water wordt uitgedrukt in milligram calciumcarbonaat (CaCO3) of calciumoxide (CaO) per liter water (miljoenste delen of ppm). In de praktijk drukt men de hardheid van water uit in hardheidsgraden, Franse (F) of Duitse (D).

Tabel 2 geeft ook een aanduiding van de graad van aantasting. Hoe lager het gehalte alkalische zouten, hoe hoger het gehalte calcium dat in oplossing kan gaan. Dus, hoe agressiever het milieu.


Hardheid in D
Geen
>23
Licht
16-21
Matig
8-15
Sterk
4-7
Zeer sterk
<3

1D - 10 mg CaO per liter water
Tabel 2 - graad van aantasting

Stortnaden en scheuren

Niettegenstaande gepland, schenkt men in de regel weinig aandacht aan stortvoegen. Als men echter de waterdichting van een structuur wenst te garanderen, is het noodzakelijk reeds tijdens de uitvoering een adequate behandeling te voorzien.
Scheurvorming echter is niet gepland en kan pas in een later stadium aangepakt worden. Zulke scheurvorming wordt veroorzaakt door temperatuursschommelingen, zettingen, trillingen, overbelasting, etc. Als eerste is het noodzakelijk vast te stellen of een scheur dynamisch of statisch is. Bewegende scheuren vereisen bijkomende aandacht.

Vries-dooi

Vries-dooi schade ontstaat als water dat in beton aanwezig is bevriest. Het expandeert 9% en leidt tot scheurvorming en afschilfering. Het is daarom noodzakelijk structuren die hieraan blootgesteld worden uit te voeren in vries-dooi bestendig beton of te behandelen met een beschermende coating.

Positieve of negatieve druk

Een goede hechting is van primordiaal belang. Bij positieve druk in mindere mate daar de ondergrond als ruggensteun fungeert. Bij negatieve druk is het enkel de coating die moet weerstaan aan de krachten van het drukkend water. De aanhechting is cruciaal en moet voldoende zijn om delaminatie te verhinderen.

Ondergrond

De aard van de ondergrond en zijn specifieke eigenschappen hebben een invloed op de keuze van het waterdichtingssysteem.

Andere

Andere parameters die de keuze benvloeden zijn technisch gesproken minder belangrijk maar dienen wel vermeld te worden.
afmeting van de behandeling
al dan niet actieve lekken
esthetiek
boven- of ondergronds